Judith Lansink

Academie van Bouwkunst

Project

Van de Lage landen naar het dak van de wereld. Van kapitalistische democratie naar semi-autonome provincie. De Tibetaanse cultuur staat onder druk van de Chinese pogingen tot assimilatie. Het hoofddoel van mijn afstudeerontwerp voor een Nederlandse vertegenwoordiging in Tibet is om daaraan tegenwicht te bieden. Programmatisch richt het plan zich op de versterking van het gevoel van eigenwaarde van de Tibetaan en de bewustwording van de politieke situatie in Tibet voor toeristische bezoekers. De aanwezigheid van een Nederlandse ambassade in Lhasa is dé erkenning van Tibet als autonome cultuur, maar moeilijk of niet te verantwoorden aan de Chinezen. Een consulaat in Lhasa is wel te verantwoorden. Daarom is gekozen voor een consulaat als dekmantel voor de ambassade. 
Het 'consulaat' is een fysiek aanwezig gebouw. Als locatie kies ik bewust voor het dubieuze Potala Square, een 'Chinees' plein dat is gecreëerd ten koste van een originele Tibetaanse woonwijk. Er vinden geregeld Chinese parades en Tibetaanse demonstraties plaats. Het ontwerp is geplaatst tegenover het kunstwerk dat de 'vredige bevrijding' van Tibet en de nationale 'eenheid' symboliseert. 
De 'ambassade' gaat functioneren als netwerk in de stad. Aan de Lingkhor, een voor Tibetanen belangrijke pelgrimsroute, verschijnen toeristische posten op locaties waar de Tibetaanse cultuur manifest aanwezig is. Het Tibetaans ondernemerschap wordt gestimuleerd. Daarbij wordt ingezet op de groeiende toeristische branche. Dit met als doel de potentie van deze branche voor de Tibetanen te ontwikkelen. 
Het consulaat heeft het karakter van een vrijstaande villa en symboliseert de Nederlandse soevereiniteit. Deze 'Hollandse' kubus krijgt de vorm van een typisch Tibetaans trapeziumvormig gebouw. Een zestal volumes wordt uit de kubus gesneden. Deze volumes krijgen een plek in de stad, aan de Lingkhor, waar ze als post hun eigen functie vervullen. De Tibetaanse vlag is in China verboden. Ze heeft een belangrijke symbolische betekenis voor de Tibetaanse autonomie en vormt de basis voor het netwerk van posten. Ze zijn geprojecteerd op ogenschijnlijk willekeurige punten, maar voor de Tibetanen die ervan weten is het een duidelijke verwijzing naar hun autonomie. 
De fysieke binding tussen de posten in het veld en de hoofdpost wordt, tot op de snede, benadrukt door de afstemming van materialisatie en constructie. Hopelijk kan de Nederlandse vertegenwoordiging zich ooit manifesteren als één geheel, als een zich openlijk manifesterende ambassade. Het is geen typisch Nederlands gebouw, ook niet Tibetaans. De wisselwerking tussen beide culturen vormt de grondslag voor het ontwerp. Het is dan ook veel meer dan alleen de huisvesting van een aantal Nederlandse ambtenaren in het buitenland.